Reglement

Algemeen.

Het toernooi wordt tot en met de finaleronde gespeeld in poules van 4 koppels.
Het is een driebanden-klein toernooi voor koppels en er wordt gespeeld op moyenne.
De indeling van de poules bij de voorronden en de halve finales wordt door de organisatie bepaald.
Bij de finalepoule wordt dit bepaald d.m.v. loting. Bij de indeling wordt – ZO MOGELIJK – rekening gehouden met eventuele verhinderingen die opgegeven zijn op het inschrijfformulier.
Het winnende koppel van het Harrie van Hoof Toernooi is voor een jaar houder van de Hans Crüts Trofee.

BELANGRIJK !!!

Alle deelnemers kunnen bij inschrijving aangeven op welke data zij verhinderd zijn.
Indien een koppel later toch nog op een bepaalde avond verhinderd is, dan dient hij/zij zelf te ruilen met een ander koppel op een andere avond. Deze wijziging dient door beide koppels aan de organisatie (persoonlijk, telefonisch of per email) doorgegeven te worden.

Toernooi-opzet.

Voorronde 1.
16 – 20 – 24 – 28 april 2020

De behaalde punten van deze voorronde worden meegenomen naar de tweede voorronde .
De partijen gaan over 20 beurten.

Voorronde 2.
4 – 8 – 14 – 18 mei 2020

De behaalde punten uit deze voorronde worden opgeteld bij de punten uit de eerste voorronde.
Hierdoor ontstaat een ranglijst en de eerste 16 koppels van deze lijst gaan verder naar de halve finale.
De tot nu toe behaalde punten worden niet meegenomen naar de halve finale.
Ook in deze voorronde gaan de partijen over 20 beurten.

Halve Finale
25 – 26 mei 2020

Ook deze partijen gaan over 20 beurten.
De punten die op deze avonden worden behaald bepalen een nieuwe ranglijst.
De eerste 8 koppels van deze lijst gaan verder naar de finaleronde.
De in deze halve finale behaalde punten worden niet meegenomen naar de finaleronde.

Finaleronde.
30 mei 2020

Er wordt gespeeld in 2 poules van 4 koppels; poule A en poule B.
De nummers 1 en 2 van elke poule gaan door naar de kruisfinales.
Er wordt gespeeld op 4 tafels in partijen over 20 beurten.
De behaalde punten worden niet meegenomen naar de kruisfinales.

Kruisfinales.
30 mei 2020

In deze kruisfinales spelen de nummer 1 van poule A tegen de nummer 2 van poule B en de nummer 2 van poule A tegen de nummer 1 van poule B.
Er wordt gespeeld op 4 tafels. De behaalde punten worden niet meegenomen naar de finale.
Nu wordt er gespeeld in partijen over 30 beurten.

Finale.
30 mei 2020

De verliezers van de kruisfinalewedstrijden spelen tegen elkaar voor de derde en vierde plaats.
De winnaars van de kruisfinalewedstrijden spelen tegen elkaar voor de eerste en tweede plaats.
Ook deze wedstrijden worden gespeeld over 30 beurten.
Deze wedstrijden kunnen na elkaar gespeeld worden op 2 tafels of tegelijk op 4 tafels.
Dit wordt op de speelavond beoordeeld door de organisatie.

Batig saldo.

  • Het batig saldo van dit toernooi zal worden geschonken aan een nader te bepalen goed doel.

Wedstrijdreglement.

    • De wedstrijden worden volgens de door de organisatie aangegeven volgorde gespeeld.
      De volgorde van de te spelen wedstrijden wordt op de speelavond bekend gemaakt.
    • Na elke wedstrijd dient het betreffende wedstrijdformulier volledig ingevuld en ondertekend door de spelers van deze wedstrijd ingeleverd te worden bij de wedstrijdleiding.
    • De speler met het hoogste moyenne van de twee spelers van een team wordt ingedeeld als A-speler.
      De speler met het laagste moyenne wordt B-speler
    • Bij het niet tijdig aanwezig zijn voor het spelen van een partij, zonder dat de organisatie daarvan op de hoogte en hier akkoord mee is, kan de organisatie besluiten om deze partij(en) voor de betreffende deelnemers verloren te verklaren.
      De organisatie zal iemand aanwijzen om tegen de aanwezige spelers te spelen.
      Het betreffende koppel speelt mee buiten mededinging.
    • Indien er door een ongelijk aantal deelnemers een poule van 3 koppels zou ontstaan in de voorronden, dan wordt deze poule aangevuld met een vierde koppel dat buiten mededinging meespeelt.
      Dit mogen eventueel spelers zijn die zelf ook aan het toernooi deelnemen.
      Deze spelers zullen door de organisatie worden aangewezen.
  • Als een koppel niet op komt dagen zonder goedkeuring van de organisatie wordt het van verdere deelname aan het toernooi uitgesloten.
  • Het verschuiven of uitstellen van wedstrijden is alleen toegestaan met de uitdrukkelijke toestemming van de organisatie en zal alleen in uitzonderingsgevallen worden toegestaan.

Puntentelling.

  • Overal waar in dit reglement gesproken wordt van moyenne wordt het opgegeven moyenne bedoeld. Indien er sprake is van een (om welke reden dan ook) gewijzigd moyenne wordt het nieuwe gewijzigde moyenne bedoeld.
  • Er wordt gespeeld op moyenne.
    * Dit opgegeven moyenne dient zo actueel mogelijk en controleerbaar te zijn.
    * Alleen moyennes – geldig voor het lopende biljartseizoen – van officiële competities op kleine biljarttafels komen in aanmerking.
    * Moyennes van persoonlijke kampioenschappen of andere toernooien worden niet geaccepteerd.
  • Voor spelers die geen officieel moyenne hebben maar eerder wel aan het toernooi hebben meegedaan, wordt het moyenne over de laatste drie toernooien die ze meegedaan hebben aangehouden.
    Indien een speler zonder officieel moyenne minder dan drie toernooien heeft deelgenomen, wordt het moyenne over de laatste twee toernooien, respectievelijk het laatste toernooi aangehouden.
  • Voor spelers die geen officieel moyenne hebben en nog niet eerder aan dit toernooi hebben deelgenomen, wordt het door hen opgegeven moyenne aangehouden met een minimum van 0,250.
    Na elke voorronde zal dit moyenne worden beoordeeld en, indien nodig, met terugwerkende kracht over de voorgaande voorronde worden herzien.
  • Dit aanpassen geschiedt op de volgende wijze:
    Indien een speler zonder officieel moyenne over een voorronde in totaal meer dan 50 % boven zijn opgegeven moyenne speelt, wordt er voor elke gespeelde partij die hij boven de 50% speelt 25 % van het verschil tussen zijn opgegeven moyenne en zijn gespeelde moyenne bij zijn opgegeven moyenne bijgeteld.
    Voor de tweede voorronde geldt het bovenstaande voor het op dat moment geldende moyenne.
  • Een eenmaal behaald moyenne kan niet meer lager worden.
    Het uiteindelijke moyenne over de twee voorronden blijft het verdere toernooi van kracht.
  • Voor spelers met een lager opgegeven moyenne dan 0,250 wordt het moyenne van 0,250 aangehouden. Dit houdt in dat het minimale aantal te maken caramboles in een partij van 20 beurten 5 bedraagt
  • De spelers van een koppel spelen tegelijk tegen de spelers van een ander koppel.
    Na de partij worden de behaalde punten bij elkaar opgeteld en kan het winnende koppel worden bepaald. Het gezamenlijke resultaat is dus bepalend.

  • Het koppel dat de meeste caramboles op moyenne maakt in een partij krijgt 2 wedstrijdpunten.
    Het verliezende koppel krijgt 0 wedstrijdpunten.
    Bij een gelijk aantal caramboles op moyenne krijgen beide koppels 1 wedstrijdpunt.
  • Van iedere speler wordt het aantal gemaakte caramboles per wedstrijd uitgerekend als percentage van het aantal te maken caramboles; dit percentage wordt rekenkundig afgerond; 94,45 %= 94% en 94,50% = 95%. Voor elke 1 procent krijgt de speler 0,1 punt extra. Dit betekent dat voor elke 10 % de speler 1 punt extra krijgt.
    Na elke partij worden de individuele scores uitgerekend.
    De individuele scores van de teamleden worden bij elkaar opgeteld en daarna worden de wedstrijdpunten berekend.
  • Voor het bepalen van de uitslag van een partij en de rangschikking van de koppels in de poule en de daarop volgende halve finale en de finalepoule, is de volgorde van telling: totaal aantal punten, aantal caramboles op moyenne, hoogste serie op moyenne .
  • Voor het bepalen van de winnaars bij een gelijke stand in de kruisfinales en in de finalewedstrijden voor de 3de en 4de plaats en voor de 1ste en 2de plaats wordt er een penalty-ronde gespeeld.
    Alle spelers spelen elk 3 keer de opstoot, dus 6 per koppel.
    Met een ‘trekstoot’ via 3 korte banden wordt bepaald welk koppel de penalty-ronde begint. Deze ‘trekstoot’ wordt uitgevoerd door de A-speler.
    Beide spelers van een koppel spelen beurtelings een opstoot en ook de koppels spelen om en om.
    De speelvolgorde is dus: Koppel 1A – Koppel 2A – Koppel 1B – Koppel 2B.
    Bij een gelijke stand na drie beurten spelen de spelers beurtelings de opstoot, totdat een van de spelers mist. Een eventuele gelijkmakende beurt moet gespeeld en geteld worden.

Partijreglement.

  • Door middel van een ‘trekstoot’ via 3 korte banden wordt bepaald welke speler de wedstrijd begint.
    De speler die de ‘trekstoot’ wint, mag bepalen welke speler de partij begint.
    De rode bal blijft op het biljart.
    De speler die met zijn/haar speelbal de rode bal raakt verliest de ‘trekstoot’.
    Ook als de bal op de helft van de tegenstander komt is de ‘trekstoot’ verloren.
    Indien de bal op of bij de middellijn tot stilstand komt moet de bal in zijn geheel over de middellijn zijn om de ‘trekstoot’ te verliezen. De arbiter beoordeelt dit.
  • Elke speler mag voor hij/zij zijn/haar eerste wedstrijd die avond op een bepaald biljart speelt 3 minuten inspelen.
  • Iedere partij tijdens het toernooi bestaat uit 20 beurten.
    Vanaf de finalepoules bestaan de partijen uit 30 beurten.
  • De speler die begint, speelt met de ongemerkte of de witte bal.
  • De partijen worden gespeeld volgens de reglementen van de KNBB voor deze spelsoort.
  • De arbiter neemt beslissingen tijdens een partij. Deze beslissingen zijn bindend.
  • Er wordt gespeeld op 4 tafels, per poule zijn 2 biljarttafels beschikbaar.
  • De spelers mogen onderling afspreken of een arbiter een speler mag waarschuwen als hij/zij een overtreding dreigt te begaan (zoals de verkeerde speelbal willen afstoten). Indien er geen afspraak is gemaakt wordt aangenomen dat iedereen hiermee akkoord is.
  • Bij het vastliggen van 2 ballen dient de arbiter als volgt te handelen:
    • Bij het vastliggen van de stootbal aan de witte of gele bal gaat de stootbal naar het benedenacquit en de witte of gele bal naar het middenacquit (“de punt op het biljart”).
    • Bij het vastliggen van de stootbal aan de rode bal gaat de stootbal naar het benedenacquit en de rode bal naar het bovenacquit (“de originele plaats bij de opstoot”).
    • Naar keuze mag eventueel losband of van de vastliggende bal af gespeeld worden.
  • Bij het uit het biljart stoten van een of meerdere ballen geldt voor het opzetten hetzelfde als bij het vastliggen van de speelballen. Eventuele uitspringende ballen moeten door de arbiter gepoetst worden voordat ze weer in het spel gebracht worden!
  • Van elke speler wordt verwacht dat hij/zij de wedstrijden in zijn/haar poule die hij/zij niet hoeft te spelen arbitreert of telt. In verband hiermee wordt van elke speler verwacht dat hij/zij op tijd aanwezig is én tot en met de laatste partij in zijn/haar poule blijft.
  • Bij onderlinge geschillen neemt de toernooiorganisatie een bindende beslissing.
    Elke speelavond zal minimaal één vertegenwoordiger van de organisatie aanwezig zijn.

Reservespelers.

  • Reservespelers zijn niet toegestaan.
    De organisatie kan in bijzondere gevallen een uitzondering op deze regel maken.

Inschrijfgeld.

  • Het inschrijfgeld bedraagt € 20,– per koppel, te voldoen bij de eerste ronde.